Onderzoek

 

Neurowetenschappelijk onderzoek naar de effecten van beweging op het brein

De laatste jaren is er mondiaal in toenemende mate aandacht voor de werking en ontwikkeling van de hersenen. Steeds geavanceerdere meetinstrumenten en onderzoeksmethoden maken dit mogelijk. In diverse cognitief neurowetenschappelijke onderzoeken is inmiddels aangetoond dat er een verband bestaat tussen bewegen en de ontwikkeling van het brein en cognitieve processen.

 

Januari 2011 verscheen in de media het bericht dat Bewegingswetenschappers en Onderwijskundigen van UMCG/RUG gezamenlijk een onderzoek starten naar het effect van de combinatie van fysieke activiteiten met reken- en taalopdrachten op de schoolprestaties van kinderen. In hun onderzoek zal een bewezen effectief Amerikaanse programma worden ingevoerd op twaalf scholen in Noord-Nederland.
In de VS is gebleken dat een programma dat fysieke activiteiten met reken- en taalopdrachten combineert, een zeer goede manier is om iets aan de problematiek van de achterstandsleerlingen te doen. Je slaat twee vliegen in een klap: de kinderen worden er ook nog eens fitter en minder dik van. Het vergroot de ontwikkelingskansen van achterstandsleerlingen en biedt hen meer kansen op een volwaardige positie in de maatschappij.
Het gaat hierbij om kinderen uit groep 4 en 5 in de leeftijd tussen de zeven en negen jaar. De kinderen worden gedurende drie jaar gevolgd. Het ministerie van OCW heeft een subsidie van bijna 1 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de uitvoering van dit onderzoek. Als blijkt dat het programma ook in Nederland positieve effecten heeft, wordt deze aanpak breder in Nederland ingevoerd. Het Centrum voor LeerGym is benieuwd naar de uitwerking die dit onderzoek en de resultaten zal hebben op het denken over bewegen en leren. Wordt vervolgd….

Prof. dr. Jelle Jolles is hoogleraar Hersenen, Gedrag & Educatie: Educational Neuropsychology aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hij is tevens directeur van LEARN!, het Interfacultaire Research Instituut op het gebied van Educatie en van het Centrum Brein & Leren. LEARN! is een interfacultair onderzoeksinstituut dat optreedt als multidisciplinair research-, kennis- en expertisecentrum op het gebied van leren, doceren, opvoeding en ontplooiing in de maatschappelijke context van school, studie en opvoeding. De Faculteit der Psychologie en Pedagogiek, de Faculteit der Bewegingswetenschappen, het Onderwijscentrum en de Faculteit der Medische Wetenschappen participeren in LEARN!. Naast zijn functie op gebied van fundamenteel en toegepast onderzoek treedt LEARN! op als kennis- en expertisecentrum en werkt daarin intensief samen met maatschappelijke partners (scholen, andere onderwijsorganisaties, overheden en bedrijfsleven). Zie ook http://learn-amsterdam.nl en www.hersenenenleren.nl (uitgebreid en interessant ‘breinblog’ van Jelle Jolles).

Dr. Karin van der Borght promoveerde in 2006 aan de Onderzoeksschool Behavioral and Cognitive Neurosciences van de Faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen. Titel van haar proefschrift luidde:‘New neurons in the adult brain. A study on the regulation and function of neurogenesis in the adult rodent hippocampus.’ Belangrijkste conclusie was dat er niets zo’n duidelijke invloed heeft op de vorming van nieuwe hersencellen als beweging.

 

Prof. dr. Erik J.A. Scherder is hoogleraar Klinische Psychologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en hoogleraar Bewegingswetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen. Scherder richt zijn onderzoek op pijnbestrijding en het belang van bewegen bij mensen met dementie:’Niet alleen van pijnbestrijding knappen mensen met dementie op. Ook lekker wandelen doet hen goed. Er is een sterke relatie tussen bewegen en cognitie (de verstandelijke vermogens en het geheugen), de stemming en de biologische klok. Motoriek en cognitie zijn dezelfde systemen in het brein. Dezelfde neurale circuits. Bewegen en cognitieve ontwikkeling gaan hand in hand. Goed nieuws voor mensen die (nog) niet dementeren: met lichamelijke (en geestelijke) activiteiten is je dementie uit te stellen. ‘Als je door het leven heen heel actief bent, vermindert de kans dat je Alzheimer krijgt met 20 tot 50 procent. Ook mensen met dementie zullen opknappen als ze voldoende bewegen. Hun cognitie en stemming zullen verbeteren. Als je loopt, krijg je allerlei prikkels uit je lijf. Het is een voortdurende stimulatie van het brein.’

 

Bovengenoemde Scherder kijkt niet alleen naar bewegingen als lopen en fietsen, maar ook naar handbewegingen en zelfs naar kauwen. Samen met drs. Roxane Weijenberg (Klinische Neuropsychologie VU Amsterdam) en prof. dr. Frank Lobbezoo (Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam) publiceerde hij in 2009 het literatuuronderzoek Mastication for the mind - The relationship between mastication and cognition in ageing and dementia’. Een belangrijke conclusie -in relatie tot de BrainGym-oefeningde reuzengeeuw’- luidde dat kauwen de hartfrequentie verhoogt en de hersenen sensorische prikkels geeft. Een gelijksoortige ontdekking is dat kauwgom kauwen de mentale prestaties verbetert.’drs. Roxane Weijenberg van de VU is bezig met een internationaal promotieonderzoek naar dit onderwerp.

 

Prof. dr. Anna M.T. Bosman doet onderzoek aan de Radboud Universiteit Nijmegen, Pedagogische wetenschappen en Onderwijskunde, sectie Orthopedagogiek van leren en ontwikkeling. De website www.annabosman.eu bevat o.a. wetenschappelijke onderzoeken over de relatie tussen motorische ontwikkeling en cognitief functioneren.

 

 

Nederlands onderzoek naar de effecten van BrainGym®

Het BrainGym Trainingscentrum heeft in 2011 een landelijk onderzoek afgerond naar de effecten van BrainGym-oefeningen op problemen bij technisch lezen.

 

Doel van dit onderzoek was om de effecten te onderzoeken van specifieke BrainGym-oefeningen op het technisch leesproces bij leerlingen met een achterstand. Er werd gewerkt met leerlingen die - ondanks extra hulp - tussen twee opeenvolgende toetsmomenten geen vorderingen gemaakt hadden. De hulp bestond uit het uitvoeren van een eenmalige Dennisons Lateraliteits Repatterning (zie H 3.6) en drie keer per week gerichte BrainGym-oefeningen, voorafgaande aan een leesactiviteit. De oefenperiode duurde zes weken en er deden 33 leerlingen mee (15 meisjes en 18 jongens). Als meetinstrument werden zowel AVI- en ILO-toetsen als de DMT gebruikt.

Op basis van de AVI-toetsen en de ILO-toetsen was 76% van de deelnemende leerlingen aantoonbaar vooruit gegaan (1 of meer niveaus verbeterd).

Op basis van de DMT (losse woorden toets) liet 73 % van de leerlingen een bovengemiddelde verbetering zien.

Op scholen waar leerlingen de oefeningen ook na het project bleven doen, zette de stijgende lijn zich voort. Ook bij leerlingen met een officiële diagnose dyslexie en ADHD.

Klik hier voor een uitgebreid onderzoeksverslag.

 

Er is tot op heden in Nederland geen wetenschapper geweest die expliciet de effecten van BrainGym-oefeningen op leerprestaties heeft onderzocht. Voorlopig moeten we het dus doen met de uitkomsten van bovengenoemd onderzoek en de positieve bevindingen van leerkrachten die in de dagelijkse praktijk met de oefeningen werken!

 

Internationaal onderzoek naar de effecten van BrainGym®

Wereldwijd doen BrainGym-instructeurs wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van BrainGym. Dit gebeurt onder eindverantwoordelijkheid van de Educational Kinesiology Foundation in de Verenigde Staten.

 

De website van de Edu-K Foundation www.braingym.org/studies vermeldt de opzet en resultaten van internationale onderzoeken.in het ‘BrainGym Studies Packet’. Dit pakket is te downloaden.